bel redactie 074 - 256 66 99

Over dynamiet, een middelvinger en een Zeppelin-hangar

HENGELO Praatprogramma Hengelo's Peil stond maandagavond compleet in het teken van het plan voor de bouw van de Hijschkamer op het marktplein. De column werd uitgesproken door oud-verslaggever Bob Gevers, tegenwoordig onder meer redactielid van Radio Hengelo TV. Hieronder staat zijn verhaaltje.

"Op een mooie dag, jaren geleden, was ik eens bij Stork Plastics Machinery voor een stukje in de krant want dat bedrijf, tegenwoordig Stork IMM, ging verhuizen naar nieuwbouw op Westermaat. De firma was een beetje weggestopt: vanaf de Industriestraat naar een slordig bedrijfsterreintje, en daar zat SPM in een grote hal waarin spuitgietmachines werden gebouwd. Ik had niet in de gaten dat die ouwe hal iets bijzonders was. Anderen ook niet trouwens, want ik had er nog nooit iemand over gehoord. Totdat jaren later de beuk erin ging: ineens kende iedereen het Hijschgebouw.

Het gedonder was begonnen en we kennen het resultaat: de dreigende hergeboorte van Hijsch in de vorm van een grote Zeppelin-hangar, midden op het marktplein. Ik heb jaren op dat plein uitgekeken. Vroeger stond het hoofdkantoor van de Twentsche Courant er. De voorkant was eerst verhuurd aan een reisbureau. Toen dat vertrok, verhuisde de stadsredactie, die binnen in het gebouw zat, naar die mooie ruimte aan het raam. Dat ging nogal onopgemerkt want we zaten daar nog maar een paar dagen, of er kwam een oudere mevrouw bij ons binnenlopen. Ze gooide vier briefjes van 100 gulden op een bureau en zei: zelfde reis als vorig jaar, graag.

En op een zomerse dag, ergens begin jaren tachtig, tijdens de woensdagse warenmarkt, werd er iemand bij ons voor het raam doodgeschoten. Gemakkelijker kun je het niet krijgen als redactie. Een collega rende nog met z’n notitieblokje naar buiten om bij het slachtoffer te informeren naar de achtergronden van het incident, maar de stervende bracht slechts een zacht en onverstaanbaar gereutel voort. Wat ik met deze anekdotes wil zeggen: de sfeer op het plein was levendig, daar hadden we geen gebouw voor nodig.

Dat dreigt nu wél te gebeuren, en om die Rotterdamse hangar vol leven te blazen is de hulp ingeroepen van een Amsterdamse Enschedeër. Geniaal, want een Hengeloër had die klus nooit aangenomen. Die had namelijk wel geweten dat alles wat op en rond het marktplein wordt bedacht, vaak uitdraait op een dramatische mislukking.

Neem de aanpalende Brink-passage met dat vleugel-dak. Wie weet nog dat ons daar een feeëriek schouwspel was beloofd tijdens de avonduren: het diffuus-transparante dak zou daartoe worden gevuld met allemaal gekleurde lampjes. Ooit gezien? En de lichtlindes: toen het stalen staketsel er eindelijk stond, was er geen geld meer om er genoeg lampjes in te hangen. Hengelo Lichtstad.

Wat De Brink betreft: de dankbare architect heeft ons het lelijkste object van de hele Europese Unie geschonken. De Brinktoren staat ons al vele jaren als een gigantische opgestoken middelvinger te beledigen. Het enige mooie eraan is de Hengeler Windwiezer van, ik moet zijn naam tóch even noemen en dat zal hem plezier doen, Pier van Dijk.

We hadden op de stadsredactie ooit eens wat leuks bedacht voor een oudejaarseditie: we zouden elk een stukje schrijven over een in het nieuwe jaar te verwachten ontwikkeling in Hengelo. Vijf journalisten, vijf verhaaltjes, één pagina, vroeg in de kroeg.

Het leek mij leuk om een bedrijf te bellen, dat was gespecialiseerd in het met behulp van dynamiet opblazen van schoorsteenpijpen, en dat centimeter nauwkeurig. Of ze een toren op de Hengelose markt konden neerhalen, vroeg ik, en of ze dat kreng dan meteen over een spuuglelijk gebouwtje in de hoek van het plein konden laten donderen. Twee voor de prijs voor de één.

Tuurlijk kon dat. En of er ook nog een VIP-arrangement bij moest, met pagodetenten en champagnekoelers. Later hoorde ik dat een wethouder gigantisch kwaad was geworden over dat stukje. Dat is het maximaal haalbare voor een stadsverslaggever in Hengelo: dat een wethouder pissig wordt over een stukkie. Dan heb je een leuke dag. Ik wil trouwens best het adres van dat bedrijf nog eens opzoeken, beste Bas van Wakeren en Gerard Gerrits. De firma is trouwens ook gespecialiseerd in het opblazen van complete gebouwen...

En er is ook nog tijd voor een alternatief: een stadspark met veel groen. Ik vroeg Van Wakeren eens waarom het Fijnplein van, ik moet zijn naam töch nog even noemen en dat zal hij leuk vinden, Pier van Dijk, kansloos was. Bas antwoordde toen dat zo’n park geen goed idee was, omdat dan ’s winters alles zo kaal wordt...

Beste Bas, mag ik een paar namen noemen. De Asarum, de Bergenia, de Euphorbia, de helleborus argutifolius, de pulmonaria. Er zijn er nog veel meer. Allemaal groenblijvende planten en struiken die het marktplein ’s winters in een ware lusthof doen veranderen.

En doe er dan ook maar meteen een paar lampjes en wat water bij. Er ligt hier namelijk nog ergens een prachtig waterorgel te verrotten. Opknappen, vijvertje graven, orgel erin, klaar is kees."