bel redactie 074 - 256 66 99

Column Pier van Dijk: Burgemeesters en Nachtburgemeesters

Gepubliceerd op: 12/02/2019

Column Pier van Dijk: Burgemeesters en Nachtburgemeesters

Er zijn maar een paar spreekwoorden en gezegden met burgemeester: Eens burgemeester, altijd burgemeester; iets burgemeester maken en iemand burgemeester maken. Daarentegen zijn er vele straatnaamborden met burgemeester. Burgemeesters zijn er al eeuwen lang, dames en heren, in vele soorten en maten. De eerste, voor zover mij bekend, was Godevaert Wormbouts in 1343 in Amsterdam.

Als kind kende ik enkel burgemeester Dickerdack van Rommeldam: een nijlpaard uit Tom Poes, de stripverhalen van Marten Toonder. Ivo Opstelten, eens burgemeester van Rotterdam, leek er verdacht veel op, zowel qua postuur en stemgeluid als qua doen en laten; helemaal VVD dus.

Zelf heb ik al vele burgemeesters meegemaakt. Ik ben geboren op 1 februari 1944 te Amsterdam, waar Voûte in 1941 door de Nazi’s tot burgemeester was benoemd. In 1947 moest hij voor drieënhalfjaar de bak in, in 1950 moest hij bovendien zijn koninklijke onderscheiding inleveren; mij lijkt dat als ridder heel erg. Na Voûte kwamen De Boer en d’Ailly. De laatste moest vanwege een buitenechtelijke relatie, met een kunstenaresje nog wel, in 1956 aftreden. Toen kwam Van Hall, ‘de laatste der regenten’, die de roerige jaren zestig tevergeefs met de wapenstok te lijf ging.

Bekend uit die tijd is de leuze: "Van Hall ten val”. Na de rellen rond het huwelijk van Beatrix en Claus en het Bouwvakkersoproer in 1966, volgde zijn ontslag in 1967. Mijn muze en ik woonden toen al een jaar in Haaksbergen. Aan burgemeester Eenhuis koesteren wij geen enkele herinnering. Wij verhuisden naar Delden, Stad Delden, wel te verstaan.

Burgemeester Rademaker kwam twee keer bij ons aan de deur. De eerste keer, begin 1971, vroeg hij of wij toch alsjeblieft aan de 14e Algemene Volkstelling wilden deelnemen. Wij waren de enige inwoners van Stad Delden die hun ponskaarten nog niet hadden ingevuld en ingeleverd en of wij wel wisten dat daar gevangenisstraf op stond. Ja hoor, dat wisten wij wel; nooit meer iets van gehoord. Het zou de laatste Volkstelling zijn. De tweede keer, ook in 1971, vroeg hij of wij toch alsjeblieft het levensgroot PSP-affiche ‘Ontwapenend’ met blote vrouw en koe, van het raam wilden verwijderen; nee, dus.

Ik had trouwens meer met Buijvoets, burgemeester van Ambt Delden (maar ja, daar woonde ik niet), met wie ik geregeld op zoek ging naar atelierruimte; ook toen al niet eenvoudig. Op naar Boekelo, gemeente Enschede, waar Vleer de scepter zwaaide. I.h.k.v. de roemruchte, internationale tentoonstelling Sonsbeek buiten de Perken in 1971, overhandigde ik hem het eerste exemplaar van het door mij getransformeerde Museumjournaal; van een deel van de oplage had ik doosjes- met-snippers gemaakt, genummerd en gesigneerd.

Op naar Hi Ha Hengelo, met op rij de burgemeesters Von Fisenne (KVP), Bevers (CDA), Lemstra (CDA), Beelaerts van Blokland (CDA, ook een soort Dickerdack, die in 1999 mijn Hengeler Weendwiezer op de Brinktoren onthulde), Kerckhaert (CDA), en last but not least, onze Schelberg (VVD, lang dacht ik CDA, waarschijnlijk door mijn passie voor geloof en zeden). Sinds 9 september 2016 noemt hij mij bij officiële
gelegenheden ‘ridder’ en ik hem ‘burgemeester’. Rondom zijn herbenoeming duwde een TC Tubantia-journalist voorbijgangers een fotomontage onder de neus met twaalf portretten van min of meer bekende Hengeloërs, w.o. Sander en ik. De vraag was de burgemeester aan te wijzen; ik scoorde vrij hoog, vooral bij de dames.

Over mijn verstandhouding met de Hengelose burgemeesters en aanverwante anekdotes wellicht een volgende keer. Een ding kan ik u verzekeren: allemaal fijne, begaafde en beschaafde mensen, met voor mij vooralsnog aan top Wolter, ‘Vrede van Münster/Koetsentocht’ Lemstra! Nachtburgemeesters zijn er nog niet zolang, dames en heren. Jules Deelder was de eerste en lang de enige.

Ik ontmoette hem voor het eerst ergens eind jaren zestig op de Rietveld Academie te Amsterdam; we traden er op met onze poëzie. Het door studenten ontworpen en gezeefdrukte affiche vermeldde hem abusievelijk als Jules Delden; ik woonde in Delden, hij in Rotterdam. Daarna verloor ik hem snel uit het oog: ik had niets met drugs, laat staan met harddrugs. (Sowieso vind ik iedere harddruggebruiker een loser die ook nog eens de onderwereld faciliteert.)

Vele jaren later, i.h.k.v. de Bergense Kunst10daagse 2012, ontmoette ik Deelder weer. Op het podium van de Ruïnekerk deden wij beiden een performance. Het broos geworden heertje kon zich mij niet herinneren. Inmiddels zijn er zo’n twintig steden met een nachtburgemeester, w.o. Hengelo. In 2014 namen Herbert Capelle en ondergetekende het initiatief voor een Hengelose Nachtburgemeester.

Op 21 december 2014 werd hier in Brasserie So Nice Berto Mulder, uitbater van Café-biljart De Kleine Burgemeester, gekozen tot eerste Nachtburgemeester van Hengelo en zelfs van Overijssel en was hij de 14e nachtburgemeester in Nederland, in 2016 opgevolgd door Tijs Jagers.

Dan is nu de beurt aan Marijke Agterbosch. Haar ambt van Stadsdichter gaat naadloos over in dat van
Nachtburgemeester. Ik wens haar veel succes!

Pier van Dijk, Hengeloos Peil, Brasserie So Nice, 11-02-2019

‹ Terug naar lokaal nieuws uit hengelo overzicht